Wijzigingen in box 3

18-12-2020

Als de Eerste Kamer daarmee instemt, gaat de vrijstelling in box 3 volgend jaar omhoog van € 30.846 naar € 50.000 per belastingplichtige. Hebt u een fiscale partner, dan hebt u samen dus een vrijstelling van € 100.000. Wel gaat dan ook het tarief omhoog van 30% naar 31%. De verhoging van de box-3-vrijstelling werkt echter niet door naar de diverse inkomens- en vermogensafhankelijke regelingen, zoals de zorg- en kinderopvangtoeslag en de eigen bijdrage aan een zorginstelling.


Nieuwe aangifteplicht
Zonder nadere regeling zou de verhoging van de box-3-vrijstelling ertoe leiden dat meer mensen aanspraak kunnen maken op een toeslag of in aanmerking komen voor een hogere toeslag. Dat vindt het kabinet ongewenst. Vanaf 2021 wordt daarom voor de vermogenstoets in de inkomensafhankelijke regelingen aangesloten bij de  vermogensrendementsgrondslag zonder aftrek van de vrijstelling in box 3. De inspecteur legt daartoe het bedrag van de rendementsgrondslag – voor zover dit meer bedraagt dan € 31.340 (fiscale partners € 62.680) – vast in een voor bezwaar vatbare beschikking die wordt opgenomen op de aanslag inkomstenbelasting. Daarvoor is het nodig dat de aangifteplicht voor de inkomstenbelasting en premieheffing volksverzekeringen wordt uitgebreid.


Nog geen systeemwijziging
Het systeem van box 3 wijzigt dus (nog) niet. Hoe groter uw vermogen is, des te meer rendement u geacht wordt te maken en dus hoe meer box-3-heffing u moet betalen.
Het kan dus verstandig zijn om uw box-3-vermogen te verlagen. Dat kan bijvoorbeeld door de geplande aankoop van dure goederen die niet tot box 3 worden gerekend (denk aan een auto, boot of kunstwerk), nog dit jaar te doen. Betaalt u voor het einde van het jaar uw belastingschulden, dan verlaagt u daarmee ook uw box-3-vermogen.