Pilot webmodule voor ZZP'ers start op 11 januari 2021

04-12-2020

De pilot webmodule voor zzp’ers start in 2021 naar verwachting op 11 januari en zal in ieder geval zes maanden duren. Dit volgt uit een brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de staatssecretaris van Financiën, waarin zij de Tweede Kamer informeren over de stand van zaken van de voorgestelde maatregelen op het gebied van ‘werken als zelfstandige’.

 

Opdrachtgevers krijgen tijdens de pilotfase geen zekerheid over de status van de arbeidsrelatie, maar de pilot is vooral bedoeld als een voorlichtingsinstrument. Dit betekent dat er 5 jaar na afschaffing van de VAR nog steeds geen nieuwe regeling is.

 

Hoe werkt de webmodule? Opdrachtgevers kunnen de webmodule gebruiken om te bepalen of – gelet op de huidige wet- en regelgeving en jurisprudentie – een zzp’er al dan niet in dienstbetrekking werkt. Ook kan de opdrachtgever bekijken of de overeenkomst wellicht anders vorm kan worden gegeven. De uitgebreide vragenlijst wordt anoniem ingevuld door de opdrachtgever. Dit betekent dat niet bekend is wie de webmodule heeft ingevuld. Ook worden geen privacygevoelige gegevens (zoals het IP-adres) geregistreerd en/of opgeslagen.

 

Uitkomsten vragenlijst

De standaard vragenlijst omvat 36 vragen. Aan de antwoorden van de opdrachtgever worden (straf)punten toegekend. De volgende uitkomsten zijn mogelijk:

  • 0 t/m 44 punten: opdrachtgeversverklaring; de opdracht kan buiten dienstbetrekking worden verricht (bijvoorbeeld door een zzp’er).
  • 45 t/m 69 punten: indicatie dienstbetrekking; er zijn sterke aanwijzingen dat er sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking.
  • 70 punten of meer: geen oordeel mogelijk; op grond van de gegeven antwoorden is niet duidelijk of er sprake is van werken in of buiten dienstbetrekking.

Er is inmiddels ook een vragenlijst voor aanneming van werk. De vragenlijst voor tussenkomst waarbij drie partijen zijn betrokken, is nog in ontwikkeling.

 

Uitspraak Hoge Raad

De uitspraak van de Hoge Raad van 6 november 2020 is overigens niet in de vragenlijsten verwerkt. Dat blijkt uit de vraag of de opdrachtnemer werkzaamheden uitvoert, die een wezenlijk onderdeel vormen van de bedrijfsvoering van de organisatie. De Hoge Raad heeft dat tot nu toe nog niet in aanmerking genomen als indicatie voor het bestaan van een dienstbetrekking. Sterker nog, de Hoge Raad heeft het advies van de advocaat-generaal niet overgenomen, waarin wordt gesteld dat ‘het wezenlijk onderdeel vormen van de bedrijfsvoering’ de doorslaggevende indicatie zou moeten zijn voor het bestaan van een dienstbetrekking.