Opbrengst verhuur tuinhuisje toch belast in box 1

12-11-2020

Een echtpaar verhuurt in 2015 gedurende 21 dagen een tuinhuisje via Airbnb. De huuropbrengst bedroeg € 3.564. Het echtpaar heeft deze opbrengst niet verantwoord in hun aangifte inkomstenbelasting. De inspecteur legt een navorderingsaanslag IB 2015 op, omdat hij van mening is dat 70% van de huuropbrengst boven op het eigenwoningforfait had moeten worden aangegeven. In deze procedure hadden rechtbank en hof eerder geoordeeld dat deze 70%-bepaling niet van toepassing was, omdat slechts een deel van de woning werd verhuurd. In de wettekst (artikel 3.113 Wet IB 2001) staat immers dat er sprake moet zijn van ter beschikking stellen van de woning aan derden.

 

Bij verhuur van een gedeelte van de woning is de 70%-bepaling dus niet van toepassing. Hierdoor hoort het tuinhuisje thuis in box 3.

 

Toch belast in box 1?

De inspecteur tekent cassatie aan. Vervolgens oordeelt de Hoge Raad dat de huuropbrengsten uit het tuinhuisje wel degelijk belast zijn in box 1. De Hoge Raad overweegt dat uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het de bedoeling was om de opbrengsten uit de tijdelijke verhuur – van zowel de gehele woning als een gedeelte daarvan – te belasten in box 1. Het tuinhuisje blijft onderdeel van de eigen woning tijdens de tijdelijke verhuurperiodes.