Nieuwe regeling btw-teruggaaf bij oninbare vorderingen

18-10-2016

U kunt de btw op oninbare vorderingen onder de huidige regelgeving niet via de reguliere btw-aangifte terugvragen. Heeft u de btw toch teruggevraagd (en gekregen) via de reguliere btw-aangifte? In dat geval mag de inspecteur deze btw bij u naheffen. 

De wettelijke regeling verplicht u om de btw op oninbare vorderingen via een apart teruggaafverzoek te doen.

Hierin komt vanaf 1 januari 2017 verandering. Voorgesteld wordt dat u de afgedragen btw die 1 jaar na de opeisbaarheid niet is betaald door uw afnemer, in mindering mag brengen in uw reguliere btw-aangifte. De afnemer moet de afgetrokken - maar niet betaalde - btw na een jaar corrigeren. Krijgt u de vordering na een jaar toch betaald, dan wordt u de btw weer verschuldigd.

Voor bestaande vorderingen begint op 1 januari 2017 de 1-jaarstermijn te lopen.

 

Let op:

Heeft u de vordering overgedragen aan een andere ondernemer, dan treedt deze in uw plaats voor de toepassing van de teruggaafregeling. Hij/zij moet dan wel een apart teruggaafverzoek doen.